|
|
|
----
|
In
de KCK van februari 2004 lazen wij een heel aardig artikel over ZW Hongarije.
Wij hebben een deel daarvan gekopieerd: “Thuis
heb ik nog een ansichtkaart, met daarop een kar en paard en slagerij J. van de
Ven”,
bezong
Willem Sonneveld het Nederland van de jaren vijftig. De slagerij heeft er een
andere naam, maar voor de rest is de tekst van zijn befaamde klassieker helemaal
van toepassing op het Hongaarse
platteland anno 2004. De tijdgeest heeft er weinig vat op gehad. En de meeste
boeren en buitenlui zijn daar gelukkig mee.
Maar... vorig
jaar stemden de Hongaren voor toetreding tot de Europese Unie. De voorstanders
van die aansluiting wonen allemaal in de grote steden, want de
plattelandsbevolking (de minderheid) boycotte dat referendum. Die zien de bui
namelijk al hangen. Wanneer de grote regelneven in Brussel zich met hun
bedoeninkjes gaan bemoeien, komen er massa's regeltjes, verordeningen en wetten.
Daaraan moet de vrijheidslievende Hongaarse boer zich dan houden. Die is daar
echt niet gelukkig mee! Maar Brussel heeft gesproken: de knusheid eruit en
nieuwe zakelijkheid erin! Voor liefhebbers van nostalgie is er echter een
troost: Hongarijekenners schatten dat het nog zeker zo'n vijftien tot twintig
jaar zal duren voordat het land is omgeturnd tot een modelstaat naar
West-Europees model.
Niet dat er niets gebeurt, want overal zie je signalen dat dit land zich opmaakt
voor een nieuwe toekomst. Zo krijgen veel steden een opknapbeurt en worden her
en der nieuwe wegen aangelegd. Want
het kersverse EU-land verwacht op z'n minst toch aardig wat nieuwsgierige
bezoekers. En... wie weet wordt dan eindelijk het zongekuste Zuid-Transdanubie
ontdekt. Dat nog nauwelijks door toeristen bezochte stukje oer-Hongarije met
zijn uitgestrekte natuurparken, wonderlijke culturen, het groene Mecsek
gebergte, de uitgestrekte vlakten van de Ormansag en natuurlijk het kroonjuweel
Pécs. Mediterrane
stad
Pécs is echt een stad die je gezien moet hebben. Tweeduizend jaar terug was
het de residentie van de Romeinen en later volgde een lange reeks van
verschillende overheersers. In tegenstelling tot andere Hongaarse steden, werd
Pécs echter nooit verwoest. Zelfs niet door de Turken die er vanaf 1543 hun
hoofdkwartier vestigden. A1 die verschillende culturen lieten hier volop sporen na en daarom is Pécs zo'n verdraaid interessante stad. Er zijn tweeduizend jaar oude grafkelders, een zeer bezienswaardige kathedraal die onlangs werd 'gepromoveerd' tot Basilica Minor en een bisschoppelijk paleis. Moskeeën en een badhuis herinneren aan Turkse tijden. De binnenstad is in feite maar zo'n vierkante kilometer groot en daar is alles te vinden wat Pécs bij zonder maakt. Een duidelijk mediterrane sfeer is terug te vinden op de levendige zondagmarkt in de zuidelijke wijk Északmegyer. Hier kun je werkelijk alles kopen; auto's, meubilair, honden, antiek, badkuipen en tijdens ons bezoek stond er zelfs een klein vliegtuig. Je kunt er met gemak een dag rondwandelen. En overal zijn terrasjes, waar het bier rijkelijk vloeit.
Even ten noorden van Pécs liggen de dichtbeboste bulten van het Mecsek
gebergte. Een weergaloos natuurgebied met hier en daar een dorpje en overal een
serene rust. Behalve in het noorden, want daar vinden we de wonderschone en
drukbezochte meren van Orfü. Zuidelijk van de Mecsekheuvels ligt de reusachtige
laagvlakte langs de rivier Drava. De bekendste plaats hier is het super-de-luxe
kuuroord Harkany. De ware ontdekkingsreiziger zal dit toeristische oord links
laten liggen en de Ormansag willen ontdekken. Een grotendeels verlaten,
onontgonnen gebied. In elk dorp op deze drassige en beboste laagvlakte wordt de
toerist ongegeneerd nagestaard. Dat laatste is wat minder het geval in de streek
ten oosten van Harkany, de plek waar de Hongaarse wijn vandaan komt. Bezoek
daar eens het prachtige kasteel van Siklos, de sfeervolle beeldentuin in Száromlyo
en niet te vergeten het wonderbaarlijk fraaie wijndorpje Palkonya met z'n witte
wijnkelders
en rood/witte kerkje. (overgenomen
uit de KCK van februari 2004) |
|
|